Verklarende woordenlijst

Afspraak
Een afspraak is een set van technische specificaties. Ze hebben tot doel om de uitwisseling van gegevens tussen systemen en/of organisaties mogelijk te maken.

API
Een application programming interface (API) is verzameling definities op basis waarvan digitale voorzieningen met elkaar kunnen communiceren.

Architectuur
Een architectuur is een systeem dat wordt gebruikt om het landschap van afspraken en digitale processen overzichtelijk te houden.

Architectuurraad
De leden van de Architectuurraad adviseren de Standaardisatieraad over afspraken in hun onderlinge samenhang.

Begrip
Een uniek begrip met een eenduidige betekenis (en omschrijving) binnen het onderwijs.

Begrippenset
Verzameling van begrippen die een samenhang hebben. Bijvoorbeeld alle leerniveaus binnen het Nederlandse onderwijs of alle kerndoelen voor het vak Aardrijkskunde.

BOMOS
Het beheer- en ontwikkelmodel voor open standaarden (BOMOS) is een instrument dat helpt bij de inrichting van het beheer van open standaarden.

Bureau Edustandaard
Bureau Edustandaard ondersteunt vanuit Kennisnet en SURF de Architectuurraad, Standaardisatieraad en werkgroepen, is verantwoordelijk voor support en beheer van afspraken (publicatie, website en contact).

CPI
CPI staat voor Content Prijs Informatie. Deze afspraak maakt het mogelijk om op een gestandaardiseerde manier prijsinformatie over een leermiddelenpakket uit te wisselen.

Datamodel
Voor het Onderwijsbegrippenkader is een datamodel vastgesteld. In dit datamodel ligt beschreven welke type begrippen er zijn en welke type relaties er gelegd kunnen worden tussen de verschillende begripstypen.

DIDL
DIDL staat voor Digital Item Declaration Language. Vormt samen met MODS het uitwisselingsformaat van de metadata die door het hoger onderwijs worden aangeboden.

DTDL
DTDL staat voor Distributie en toegang digitale leermiddelen. Oplossingsvarianten voor distributie van en toegang tot digitale leermiddelen in de gehele educatieve contentketen.

Educatieve contentketen
Ict is geen doel op zich, maar een middel om ambities waar te maken, om iedere lerende op het juiste moment en op de juiste plaats toegang te geven tot het juiste lesmateriaal. Dat vraagt veel van publieke en private partijen, zoals scholen, uitgeverijen en leveranciers van elektronische leeromgevingen. Deze partijen hebben allemaal te maken met de educatieve contentketen (ECK).

HORA
HORA staat voor Hoger Onderwijs Referentie Architectuur. De HORA biedt een verzameling van instrumenten voor het inrichten van de organisatie en informatiehuishouding van Nederlandse instellingen voor hoger onderwijs. Primaire aandachtspunt van de HORA zijn de interne processen/functies van een hoger onderwijsinstelling.

Kennisnetset
Kennisnet heeft voor de eigen diensten (zoals MetaPlus, Wikiwijsleermiddelenplein en Edurep) een eigen set van metadata gedefinieerd voor het metadateren van en zoeken naar leermateriaal op basis van de begrippen in het Onderwijsbegrippenkader: de Kennisnetset.

Kerndoel
Kerndoelen zijn door het ministerie van OCW vastgestelde streefdoelen voor het basisonderwijs en de basisvorming in Nederland. De kerndoelen geven richtlijnen en minimumeisen voor het onderwijs en het niveau van kennis en vaardigheden. Ze geven aan wat leerlingen aan het eind van hun schooltijd moeten weten en kunnen.

Kernprogramma
Een kernprogramma is een compacte weergave van het officiële programma van kerndoelen en eindtermen van een vak, geordend in een doorlopende leerlijn van primair onderwijs naar bovenbouw voortgezet onderwijs. Kernprogramma’s zijn opgebouwd uit: vakkernen, subkernen, inhouden en tussendoelen en de relaties daartussen.

KOI
KOI staat voor Kernmodel Onderwijsinformatie. Het model zorgt ervoor dat organisaties in het onderwijs sectoroverstijgend gegevens kunnen uitwisselen. Om meer gemeenschappelijkheid in informatiehuishouding te realiseren, wordt gewerkt aan een Kernmodel Onderwijsinformatie: een relationeel model waarin begrippen op het hoogste niveau in samenhang worden gebracht en dat de basis vormt voor sectoroverstijgende gegevensuitwisseling in het onderwijsdomein. Het kernmodel biedt inzicht in de globale structuur van het onderwijs binnen Nederland.

Kwalificatiedossier
In de kwalificatiedossiers is per beroep aangegeven wat een MBO-leerling moet kennen en kunnen als hij klaar is met zijn opleiding.

Metadateren
Metadateren is het voorzien van leermiddelen van de juiste etiketten, waardoor je ze makkelijker kunt delen, vinden en gebruiken.

MODS
MODS staat voor Metadata Object Description Scheme. Vormt samen met DIDL het uitwisselingsformaat van de metadata die door het hoger onderwijs worden aangeboden.

NLQF
Het Nederlands kwalificatieraamwerk (NLQF) is een systematische ordening van alle bestaande kwalificatieniveaus in Nederland.

OAI-PMH
OAI-PMH staat voor Open Archives Initiative – Protocol for Metadata Harvesting. Eenvoudig mechanisme voor de interoperabiliteit van repositories voor de uitwisseling van metadata.

Onderwijsbegrippenkader
Het Onderwijsbegrippenkader is een gemeenschappelijke online database waarin alle voor het onderwijs relevante begrippen en hun onderlinge relaties worden opgeslagen en beheerd.

OSO
OSO staat voor Overstap Service Onderwijs. Dat is het geheel van afspraken, standaarden en beveiligde verbindingen die de veilige digitale overdracht van studie- en begeleidingsgegevens van een leerling vanuit de leerlingadministratie van de huidige school naar de nieuwe school faciliteert. Edustandaard beheert de OSO Gegevensset.

RDF
RDF staat voor Resource Description Framework, een standaard van het World Wide Web Consortium (W3C), oorspronkelijk ontworpen als een metadata-model, maar gaandeweg gebruikt als een formaat om gegevens in het algemeen uit te wisselen.

Repository
Een repository is de plaats waar de bestanden en de informatie over de historie van de bestanden wordt bewaard.

ROSA
ROSA staat voor Referentie Onderwijs Sector Architectuur. Het is een instrument dat kaders biedt om de gezamenlijke ambities van de onderwijsraden, OCW en DUO door te vertalen naar ict-projecten binnen de keten. Daarnaast biedt de ROSA inzicht in en samenhang tussen bestaande en nog te ontwikkelen voorzieningen. Hierdoor wordt het mogelijk om een gemeenschappelijke informatiehuishouding en basis-ICT-infrastructuur te realiseren, waarbij gegevens en voorzieningen hergebruikt kunnen worden.

RTTI
RTTI is een middel om scherp en transparant de vier te onderscheiden cognitieve niveaus van leren in kaart te brengen:

R = Reproductie: vragen die kunnen worden beantwoord op basis van reproductie. De leerling hoeft zelf niets wezenlijks toe te voegen aan het geleerde. Een docent wijst de leerling er expliciet op dat deze leerstof letterlijk gereproduceerd moet kunnen worden, waarbij dus wordt verwacht dat deze leerstof in de kennisbasis aanwezig is. Dit type vragen wordt gebruikt om doelstellingen te toetsen waarbij het gaat om het kunnen weergeven of herkennen van wat letterlijk is geleerd.

T1 = Transfergerichte toepassing 1: vragen die gericht zijn op het toepassen van de leerstof in vergelijkbare situaties als de geoefende situaties (T1-vraag). Met toepassingsvragen-T1 wordt nagegaan of de leerling de geleerde stappenplannen, methodes of ‘’recepten’’ naar analogie van de getrainde situaties beheerst.

T2 = Transfersgerichte toepassing 2: vragen die gericht zijn op het toepassen van de leerstof in nieuwe situaties (T2-vraag). Met toepassingsvragen-T2 wordt nagegaan of de leerling in staat is om in een nieuwe context zelf te bepalen welke methode het meest geschikt is om te gebruiken, of welke delen van stappenplannen, methodes of ‘’recepten’’ gecombineerd moeten worden om de toepassingsvraag-T2 op te lossen.

I = Inzicht: bij vraagstukken op dit niveau wordt een bredere inbreng van de leerling verwacht. De leerling moet zelf de context en de methode construeren om tot een antwoord te komen. Inzichtvragen zijn dus veel ‘’kaler’’ omdat de leerling zelf de context en methode aan het geleerde moet toevoegen om zelfstandig en systematisch een nieuw vraagstuk vanuit verschillende perspectieven te doorgronden en op te lossen.

Standaard
Om uitwisselingen tussen voorzieningen voor onderwijs en onderzoek mogelijk te maken, zijn standaarden in de vorm van afspraken, begrippen en architecturen nodig.

Triple A
Het MBO verandert en de vraag naar flexibel, betaalbaar en goed georganiseerd onderwijs groeit. Dat heeft gevolgen voor de ICT-systemen die binnen MBO-instellingen gebruikt worden. Waar moeten deze systemen aan voldoen? Triple A geeft hier antwoord op.

UWLR
UWLR staat voor Uitwisseling Leerlinggegevens en Leerresultaten. Afspraak die bedoeld is om de uitwisseling van leerlinggegevens en leerresultaten te faciliteren.

VDEX
VDEX is een XML-bestandsformaat waarin de gegevens van een vocabulaire vastgelegd worden.

Vocabulaire
Het Onderwijsbegrippenkader bestaat uit allemaal losse begrippen en hun onderlinge relaties. Maar ze worden niet allemaal los van elkaar ingevoerd. Het gaat meestal om verzamelingen van begrippen, bijvoorbeeld alle leerniveaus in het Nederlandse onderwijs. Zo’n verzameling noemen we een begrippenset.

De meeste mensen zullen ook geen losse begrippen gebruiken, maar lijsten. Een uitgever heeft bijvoorbeeld behoefte aan een lijst van alle vakken van havo, zodat hij deze kan gebruiken in mijn catalogussysteem. Zo’n lijst van begrippen voor extern gebruik noemen we ook wel een vocabulaire.