Aanleiding

De ‘UWLR-problematiek’

De AMIGO-methodiek is ontstaan vanuit de wens voor een verbeterde ondersteuning van de uitwisseling van leerlinggegevens en van resultaatgegevens. Met de afspraak UWLR, die in het PO een behoorlijke implementatiegraad kent voor de methode-gebonden toetsen, kon heel moeilijk worden voldaan aan de behoefte om ook andere uitwisselingen in andere contexten (use cases) te ondersteunen. In het VO wordt UWLR tot nu toe bijvoorbeeld alleen voor het uitwisselen van leerlinggegevens gebruikt.

UWLR is een geïntegreerde, ‘monolithische’ afspraak waarin de verschillende architectuurlagen zijn ingevuld met vaak specifieke standaarden (bijvoorbeeld webservices) en specifieke gegevens die historisch vanuit bestaande uitwisselingen waren ontwikkeld. Daarnaast werden er zaken in implementaties nader ingevuld die geen onderdeel van de afspraak vormden. Dit stond verdere ontwikkeling voor nieuwe wensen in de weg in de weg. De oorspronkelijke gedachte dat UWLR een “one-size-fits-all”-afspraak zou zijn was niet langer in stand te houden. Wensen vanuit andere contexten (zowel binnen po, vo en mbo) hadden impact op bestaande implementaties in de genoemde PO-context, waardoor de gewenste wijzigingen niet of nauwelijks gerealiseerd konden worden.

Vanuit Edustandaard is het advies uitgebracht om UWLR te ‘modulariseren’ zowel op het niveau van de architectuurlagen als binnen een bepaalde laag. De uit te wisselen gegevens worden op de gegevenslaag bijvoorbeeld gebaseerd op centrale gegevensmodellen waaronder domeinspecifieke modellen zoals die van het Toetsdomein worden gerangschikt. Hierdoor kunnen voor verschillende scenario’s elementen die nodig zijn voor een te maken afspraak onafhankelijk van elkaar worden gekozen (bijvoorbeeld enerzijds leerlinggegevens, toetsinformatie en resultaten en anderzijds processen, gegevensstructuren, interacties en communicatieprotocollen) en geïmplementeerd worden. Dit terwijl de samenhang tussen die afspraken wel blijft gewaarborgd.

UWLR en AMIGO?

De AMIGO-methodiek gaat niet over implementatie van afspraken zelf, die beslissing ligt bij de implementerende ketenpartners. Het zegt in beginsel ook niets over het direct moeten vervangen van bestaande standaarden die al worden gebruikt in implementaties door ketenpartijen. Kleine aanpassingen op die bestaande afspraken kunnen voorlopig worden doorgevoerd. Wel moeten partijen die hun implementatie nog op de bestaande afspraken hebben gebaseerd (UWLR in het PO met name) wel een roadmap gaan opstellen wanneer de migratie naar een op AMIGO-gebaseerde afspraak moet gaan plaatsvinden. Dat kan overigens wellicht stapsgewijs. Het ligt wel voor de hand om nieuwe uitwisselingen in het toetsdomein niet meer te baseren op de bestaande UWLR-afspraak, maar om met de AMIGO-methodiek direct toe te werken naar afspraken en bouwbare specificaties die gebaseerd zijn op het ROSA interoperabiliteitsraamwerk.