RIO Canonieke Modellen

Registratiestatus: Geregistreerd - mei 2017
Gebruiksadvies: Verplicht
Werkingsgebied: po vo bve ho nfo

Versie: Registratie Instellingen en Opleidingen mei 2019 - mei 2019
Versiestatus: Vervallen
Let op: Er is een vastgestelde versie beschikbaar: RIO Canonieke Modellen november 2023

Beschrijving

Het Informatiemodel RIO (Registratie Instellingen en Opleidingen) beschrijft de onderwijsinstellingen in relatie tot het onderwijs wat ze aanbieden, hoe ze het aanbieden en waar ze dat aanbieden. Het informatiemodel RIO geeft onder meer inzicht in een aantal kernobjecten (onderwijsaanbieders, onderwijslocaties, opleidingseenheden en aangeboden opleidingen) in het onderwijsdomein met hun eigenschappen en relaties. Dit informatiemodel gaat de basis vormen voor de invulling van de informatiebehoefte ten aanzien van deze objecten in allerlei onderwijsgerelateerde processen waaronder bekostiging, verzuim, toezicht en verantwoording. Die informatiebehoefte heeft bijna altijd te maken met 4 kijkrichtingen, namelijk WIE (incl. MET WIE), WAAR, WAT en HOE.

Het WIE (onderwijsaanbieder), WAT/HOE (opleidingseenheid en opleidingskenmerken), WAAR (onderwijslocatie) met daaraan gekoppeld het WIE geeft WAAR een wat WAT/HOE (aangeboden opleidingen). Als belangrijk uitgangspunt bij de modellering is de werkelijkheid vanuit onderwijskundig perspectief (vanuit de school), de onderwijskundige werkelijkheid, gebruikt.

Naast de ‘onderwijskundige werkelijkheid’ bevat RIO ook de zogenaamde ‘juridische werkelijkheid’. De juridische werkelijkheid is de beschrijving en registratie van instellingen en opleidingen volgens wet- en regelgeving, met name de licenties en erkenningen. RIO zorgt er voor dat beide werkelijkheden aan elkaar worden gerelateerd. Zie verder ook: https://www.rio-onderwijs.nl/.

De conceptversie van de modellen die nu zijn gepubliceerd is versie 20190510 (commitversie 3877). Deze versie is door de Analysegroep RIO samengesteld en is door de projectgroep RIO op 7 mei 2019 vastgesteld.  Deze versie vormt de basis voor de implementaties die in 2019 plaatsvindt. De reden voor deze nieuwe versie is grotendeels gelegen in het feit dat het PvE en de berichtenboeken op basis waarvan de implementatie plaatsvindt noodzakelijke aanpassingen tbv Centraal Aanmelden MBO reeds hadden meegenomen, terwijl die aanpassingen nog niet in het informatiemodel van november 2018 waren opgenomen. Met deze versie zijn de implementatiemodellen en de hier gepubliceerde canonieke modellen weer in sync. Verder is vavo expliciet opgenomen in het Canoniek model RIO VO.

Belangrijkste verschillen met de versie november 2018 zijn:

Canoniek model RIO MBO

  • AanmeldingCohort is hernoemd naar AangebodenOpleidingCohort.
  • AanmeldingCohortMBO is hernoemd naar AangebodenMboOpleidingCohort.
  • Vestigingserkenning is verwijderd, want die is niet van toepassing voor het mbo.

Canoniek model RIO VO en VAVO

  • Het model VO is uitgebreid met VAVO. Nieuw zijn AangebodenVavoOpleiding, AangebodenOpleidingCohort, AangebodenVavoOpleidingCohort, VavoOpleidingserkenning.
  • Opleidingskenmerk is voorzien van waardenlijst.
  • VoGroepserkenning is verwijderd.

NB Zie voor de overige wijzigingen het document Verschillen ten opzichte van de versie van 20 november 2018.

Belangrijkste verschillen met de versie april 2018 zijn:

Opleidingseenheden en Opleidingskenmerken tbv Aangeboden Opleiding is verder verdiept

Opleidingseenheid en Aangeboden Opleiding zijn zowel voor mbo als vo verder uitgewerkt. Belangrijke input voor deze analyse is gekomen uit de werkgroepen RIO mbo en vo. Hier zijn wensen geïnventariseerd die geleid hebben tot onder andere ook twee functionele beschrijvingen. Een belangrijke wijziging is het onderkennen van Opleidingskenmerken die gekoppeld kunnen worden aan Opleidingseenheden om zo Aangeboden Opleidingen te kunnen samenstellen. Die kenmerken verschillen per sector. Het onderwijs wil deze delen via RIO om een beter inzicht te kunnen verschaffen van het eigen onderwijsaanbod, naast die al nodig zijn via resp. de kwalificatiestructuur (CREBO) in het mbo en de element- en vakcodes (ILT) in het vo. Daarna kan een inschatting gemaakt worden van hoe deze kenmerken het beste gegroepeerd en gemodelleerd kunnen worden.

Doorlopende leerlijn zichtbaar in RIO

Vanuit het veld is de wens geuit om doorlopende leerlijnen in RIO goed zichtbaar te maken. De oplossing die hiervoor gekozen gaat worden is om dit via de Opleidingskenmerken te registreren.

Naamgeving en opnemen Onderwijsbestuur/Bevoegd Gezag in de onderwijskundige werkelijkheid

Het Bevoegd Gezag in de juridische werkelijkheid is in feite een erkenning voor een bepaalde stichting of andere organisatievorm dat die onderwijs mag inrichten en onderwijsinstellingen mag oprichten (erkendBevoegdGezag). Dat werk wordt gedaan door een in de onderwijskundige werkelijkheid opererende en herkenbare organisatorische eenheid. De gangbare aanduiding van die eenheid is in het funderend onderwijs (vo en po) heel vaak Onderwijsbestuur, terwijl in het beroepsonderwijs (mbo) de aanduiding Bevoegd Gezag veel gangbaarder is. In de sectormodellen zal dit verschil ook tot uiting komen. Voor het generieke RIO-model maakt de aanduiding niet echt iets uit, de functie en plaats van deze organisatorische eenheid in het RIO-model is voor alle sectoren vergelijkbaar.

Onderkennen van Onderwijsaanbiedersgroep als optionele organisatorische eenheid

In het vo en naar alle waarschijnlijkheid ook het po, is er, met name bij grote besturen, ook een clustering van diverse onderwijsaanbieders (scholengemeenschap, scholengroep etc.) herkenbaar die een eigen identiteit (en vaak ook naam en adresgegevens) heeft en die voor een aantal taken aangestuurd wordt door een eigen directie ten opzichte van het formele bevoegd gezag. Deze eenheid is nu optioneel als object in RIO opgenomen.

Onderscheid tussen Onderwijslocatie, Onderwijslocatiegebruik en Vestigingserkenning

Uit de definitie van het Handelsregister (waar de juridische werkelijkheid van het onderwijs zich op richt) blijkt dat een HR-vestiging niet zuiver om een gebouw gaat, maar om het gebruik van het gebouw door een organisatie. Vertaald naar het onderwijs is dat het Onderwijsbestuur/Bevoegd Gezag. Een combinatie derhalve van WIE en WAAR. In het informatiemodel is dit vormgegeven door het object Onderwijslocatie (zuivere WAAR) te onderscheiden van het object Onderwijslocatiegebruik. In sommige sectoren is een erkenning nodig om op een bepaalde plek onderwijs te mogen geven (vestigingserkenning), in andere is die erkenning niet nodig. Die erkenning is nu in RIO gerelateerd aan het Onderwijslocatiegebruik en niet rechtstreeks aan de Onderwijslocatie.

Implementatie

De volgende onderdelen zijn onderdeel van de afspraak:

De communicatieversie met toelichting

Het Informatiemodel RIO communicatieversie is geschikt voor beleidsmedewerkers, architecten en informatiemanagers van scholen/instellingen en andere (keten)partijen en biedt een globaler overzicht van het model en de belangrijkste objecten. Daarnaast bevat dit document meer achtergrondinformatie over het model, wat de redenen zijn achter bepaalde ontwerpbeslissingen en hoe deze toegepast kan worden, inclusief voorbeelden.

Canoniek model RIO generiek

Canoniek model RIO mbo

Canoniek model RIO vo en vavo

De canonieke modellen zijn implementatieneutraal opgesteld, maar wel meer gedetailleerd in tegenstelling tot de communicatiemodellen. Alles wat aanwezig moet zijn bij een implementatie, staat in deze canonieke modellen weergegeven. Voor een implementatie zijn sommige relaties af te leiden en hoeven niet één op één overgenomen te worden en objecten zijn in een bepaalde structuur te zetten afhankelijk van de wijze van implementatie. Door gebruik te maken van canonieke modellen is het mogelijk om in de keten afspraken te maken over de modellen zonder dat specifieke implementaties (en hun modellen) daarvoor direct gewijzigd moeten worden.

Op basis van de hier gepubliceerde versie van de modellen baseren de partijen (in 2019 in ieder geval DUO en leveranciers administratiepakketten in vo en mbo) hun implementatiemodellen. Wijzigingen na 2018 in de canonieke modellen (bijv. door voortschrijdend inzicht in de uitwerking voor het po en ho) leiden niet zonder meer tot wijzigingen in lopende en afgeronde implementaties.

Naast de canonieke modellen en de communicatieversie zijn voor implementerende partijen ook de functionele beschrijvingen (voor vo en mbo) relevant alsmede de PvE’s voor de communicatie met het centraal RIO register. Die worden in overleg tussen de implementerende partijen, DUO en het onderwijsveld opgesteld en ter beschikking gesteld.

Ontwikkelingen

OCW (in samenspraak met de publieke onderwijspartijen) heeft als opdrachtgever de Projectgroep RIO gevraagd om het Informatiemodeldocument te registreren bij Edustandaard en het Informatiemodel te gaan opnemen in de ROSA. Er is geconstateerd dat het nog te vroeg is voor in beheer name bij Edustandaard, omdat het informatiemodel nog in ontwikkeling is in het programma Doorontwikkelen BRON en de eerste implementaties nog moeten gaan plaatsvinden. De implementaties in vo en mbo gaan plaatsvinden in 2019 in ieder geval bij de leveranciers van administratiepakketten en bij DUO zelf voor het centraal register RIO en voor de interne processen/registraties bij DUO zoals deelnames (OD), resultaten (OR), bekostiging en verzuim. Andere partijen, afnemers van de informatie uit RIO, volgen daarna. Die implementaties in de verschillende sectoren zullen waarschijnlijk ook nog leiden tot wijzigingen in het model. Het beheer van de modellen zal daarom voorlopig nog binnen het programma Doorontwikkelen BRON worden ondergebracht.

OCW, de onderwijsraden en verenigingen, DUO en andere publieke onderwijspartijen, verenigd in de Projectgroep RIO, achtten het echter van belang dat de ontwikkeling en het beheer van het model in nauwe samenhang geschiedt met de brede onderwijssemantiek (waaronder het Kernmodel Onderwijsinformatie, KOI), zich daaraan conformeert dan wel leidt tot voorstellen voor aanvullingen/aanpassingen in die onderwijssemantiek. Bovendien acht men het van belang dat allerlei partijen in het onderwijs (publiek en privaat) zich te allen tijde moeten kunnen op de hoogte stellen van de laatste versie van de modellen bijv. voor het maken van eigen impactanalyses. De registratie bij Edustandaard moet deze beide zaken borgen.